Posts tonen met het label Socialistische Partij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Socialistische Partij. Alle posts tonen

dinsdag 12 juni 2012

Roemer apetrots op bezoek van communistische complotdenker Morales

.
Vandaag bracht de Boliviaanse president Evo Morales een bezoek aan SP-leider Emile Roemer. Laatstgenoemde was apetrots op het bezoek van de homohatende complotdenker van communistische signatuur (de dubieuze achtergrond van Morales wordt door de linkse NOS overigens liever verzwegen). 


Zie ook: 
SP vergoelijkt 'reëel bestaand socialisme', Lux et Libertas, 5 mei 2012
Antisemitisme bij Duitse zusterpartij SP, Lux et Libertas, 28 mei 2011
De foute Duitse vrienden van de SP, Lux et Libertas, 20 januari 2011
Mao nog steeds populair bij SP, Lux et Libertas, 14 april 2007
SP verheerlijkte Stalin en Mao, Lux et Libertas, 2 april 2007

_____

zaterdag 5 mei 2012

SP vergoelijkt 'reëel bestaand socialisme'

.
Hieronder vindt u een citaat uit een artikel van Willem Melching, dat gisteren op de website van het Brabants Dagblad werd gepubliceerd. Ik heb er enkele relevante links aan toegevoegd.

Omdat de actuele partijdocumenten weinig opleveren kunnen we misschien via de visie van de SP op het socialisme in het voormalige Oostblok en het China van Mao erachter komen wat ze met socialisme bedoelen. In de sleuteltekst Op weg naar Brutopia staat direct al een interessante zinsnede: 'Het communisme, dat zich sedert 1917 als reëel bestaand politiek-economisch stelsel ontwikkelde en omstreeks 1950 over één op de drie wereldburgers regeerde, ging wereldwijd ten onder aan gebrek aan democratie, aan starheid, dirigisme en corruptie.' Kijk dat levert wat op. Het socialisme heeft 'reëel' bestaan en wel wereldwijd.

Maar de analyse van de ondergang van meer dan 70 jaar wanbeheer en slachtpartijen in de Sovjet-Unie en elders is niet heel rationeel en in het geheel niet in overeenstemming met de feiten.

Het socialisme in de Sovjet-Unie en het Oostblok is niet ten onder gegaan aan een gebrek aan democratie en corruptie. Dat denken alleen gelovige socialisten die sinds de ondergang van de Sovjet-Unie in een soort traumatische ontkenningsfase zijn blijven steken. Het socialisme is ten onder gegaan aan het socialisme! Er bestaat een brede consensus onder historici, economen en sovjetologen dat het systeem als systeem faalde en eigenlijk al vanaf 1917 ten dode was opgeschreven. Socialisme was niet een goed idee dat fout is uitgevoerd, het was vanaf de eerste dag een slecht idee.

Maar er ontbreekt nog veel meer in deze SP-versie van de geschiedenis van het socialisme. Zo blijft onvermeld dat het socialisme een ongeëvenaard track record heeft van verwoesting van het milieu, hongersnoden, moord, doodslag, terreur en regelrechte genocide.

Volgens de conservatieve schattingen van het Zwartboek van het communisme heeft het socialisme meer dan 80 miljoen slachtoffers gemaakt en dan hebben we het nog niet eens over de psychologische terreur van KGB, Stasi, IJzeren Gordijn en Muur.

De SP-weergave van het 'reëel bestaande' socialisme is vergelijkbaar met een beschrijving van het nationaal-socialisme zonder de Holocaust te vermelden. De ontkenning van de Holocaust schijnt strafbaar te zijn. Het negeren van de Goelag en de maoïstische moordpartijen is wellicht niet strafbaar, maar wel stompzinnig en kwaadaardig. Het is opmerkelijk dat een socialistische partij - die naar eigen zeggen - belang hecht aan de geschiedenis zo makkelijk over de feiten heenstapt.

Zie ook:
Dossier SP
Dossier socialisme en communisme

_____

zondag 10 oktober 2010

De Grote Terreur onder Jozef Stalin


Op 6 juli 2007 werd op de oude website van Lux et Libertas het onderstaande artikel gepubliceerd. Bij deze de herpublicatie.

In Trouw staat vandaag een
artikel van Jelle Brandt Corstius over de Grote Terreur onder Jozef Stalin. Deze terreurcampagne begon officieus in 1934, toen de Leningradse partijfunctionaris Sergej Kirov werd vermoord. Stalin greep die gebeurtenis aan voor een grootschalige slachting onder de bevolking van de Sovjet-Unie. Aanvankelijk waren de slachtoffers vooral politieke figuren, zoals Grigori Zinovjev en Lev Kamenev. Dat veranderde toen Stalin in 1936 Genrich Jagoda — de directeur van NKVD (de voorloper van de binnenlandse veiligheidsdienst KGB) — verving door Nikolai Jezjov:

Onder Jezjov verbreedde de groep verdachten zich in feite tot de hele bevolking van de Sovjet-Unie. Elke Sovjetrepubliek kreeg een quotum opgelegd van te berechten mensen; nu was niemand veilig meer. Trojka’s – drietallen van NKVD-officieren – werden alle hoeken van het land ingestuurd om te ’berechten’ en te executeren, kinderen kregen een beloning als zij hun ouders verklikten.

Trotskisme, spionage voor kapitalistische landen, sabotage: de lijst van verzonnen beschuldigingen werd almaar langer en absurder. Esperantolezers, sporters die deelnamen aan internationale competities en postzegelverzamelaars werden als verraders bestempeld. Eén man werd gearresteerd omdat hij de broer was van de vrouw die dagelijks de melk kwam brengen bij de Duitse consul, een andere man omdat hij had gezegd dat het Fins meer naamvallen had dan het Russisch.

In zijn artikel beschrijft Brandt Corstius overigens wat met de nu 66-jarige Jevgeni Sirotinin en zijn familie gebeurde. Zijn grootvader werd geëxecuteerd, zijn vader stierf van de honger in een kamp in Kazachstan en Jevgeni zelf werd samen met zijn moeder naar Kazachstan gedeporteerd. Daar woonden moeder en zoon twaalf jaar in een barak met een aantal andere gedeporteerde families. Uiteindelijk wisten zij in 1953, kort na de dood van Stalin, naar Moskou terug te keren. Het familiegeschiedenis van Sirotinin is typerend voor de terreur onder Stalin:

’Eén dode is een tragedie. Een miljoen doden is een statistisch gegeven’, zei Stalin ooit. In het monumentale werk The Great Terror komt historicus Robert Conquest tot een totaal van 17 à 18 miljoen doden. Tel daar de slachtoffers van de collectivisatie, de hongersnood, en de terreur onder Beria bij op, dan komt het totaal aantal doden op 40 miljoen.

En terwijl in elk gehucht wel een monument staat voor de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog - in het Russisch de Grote Vaderlandse Oorlog genoemd - moeten de slachtoffers van de politieke repressie onder het communistische regime het doen met een enkele zwerfkei, op het plein voor het hoofdkantoor van de vroegere KGB.

De misdaden die onder het regime van Stalin plaatsvonden waren in 1953 — toen Stalin overleed — al jarenlang in het Westen bekend, al wilden veel Westerse communisten deze misdaden niet geloven.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw was er in het Westen zo veel betrouwbare informatie over de misdaden die onder Stalin hadden plaatsgevonden, dat zelfs veel communisten niet graag aan Stalin herinnerd wilden worden. Dat gold echter niet voor
Daan Monjé en consorten. Monjé richtte samen met onder meer Koos van Zomeren in 1971 de Kommunistische Partij Nederland/Marxisties Leninisties op (de fonetische spelling — bijvoorbeeld "socialisties" in plaats van "socialistisch" — was toen populair in linkse kringen). Een jaar later werd de naam van de partij veranderd in Socialistiese Partij (tegenwoordig Socialistische Partij), omdat die naam wat gematigder over kwam. De ideologie bleef echter onveranderd communistisch, met als grote voorbeeld de Chinese massamoordenaar Mao Tse-tung (die onder apparatsjiks van de Socialistische Partij overigens nog steeds populair is, zo bleek recent). De bewondering voor Mao betekende echter niet dat Stalin door de lieden van de SP niet werd vereerd. Tot 1977 werden de lezers van het partijblad De Tribune maandelijks getrakteerd op redactionele aansporingen om Stalin-klassiekers als Over het dialectisch en historisch materialisme en Over de partij bij de SP te bestellen. Tot en met 1974 was zelfs het hoofd van Stalin (samen met de hoofden van Marx, Engels, Lenin en Mao) verwerkt in het logo van het blad.

Een van de vaste lezers van De Tribune destijds was Jan Marijnissen, die begin jaren zeventig lid van de SP was geworden. Hij zou er goed aan doen het eerder genoemde boek The Great Terror van de historicus Conquest te lezen en zijn politieke standpunten in de jaren zeventig van de vorige eeuw te overdenken.


_____

dinsdag 11 mei 2010

Daan Monjé & Jan Marijnissen

. 
Geschiedvervalsing was altijd al een geliefde bezigheid van socialisten en communisten. Zo liet Jozef Stalin tal van foto's bewerken zodat daarop ineens bepaalde personen verdwenen. Het hoeft dan ook niemand te verbazen dat de voormalige Stalin-vereerders van de Socialistische Partij niet vies zijn van geschiedvervalsing. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een recent artikel in HP/De Tijd over de "Socialistiese Partij" (fonetische spelling, vroeger populair bij de SP). De partij wil namelijk niets meer weten van haar voormalig boegbeeld Daan Monjé. Een passage uit het betreffende artikel van Roelof Bouwman (30 april 2010): 

(...) toen Andere Tijden in 2001, vijftien jaar na zijn overlijden, een uitzending over Monjé maakte, weigerde Jan Marijnissen zijn medewerking. Monjé, zo liet hij de redactie van het programma per e-mail weten, was 'helemaal niet zo belangrijk geweest' voor de SP. Ook in het ruim 1700 woorden tellende artikel dat op de SP-internetsite aan de geschiedenis van de partij wordt gewijd, komt Monjé geen enkele keer voor. Vreemd. Want de Rotterdamse ex-CPN'er Monjé stond in 1964 aan de wieg van de eerste voorloper van de SP, het Marxistisch-Leninistisch Centrum, en tot zijn dood in 1968 leidde hij 'zijn' Socialistiese Partij met straffe hand, als betrof het een eenmanszaak. Niet voor niets werd de SP wel getypeerd als de club van 'Daan en zijn onderdanen'. Maar belangrijker nog: aan Monjé en alléén aan Monjé is het te danken dat de SP zich begin jaren zeventig op een cruciaal punt ging onderscheiden van alle andere splintergroepen ter linkerzijde van de CPN. De SP werd dankzij Monjé namelijk een partij met geld - véél geld. 

Dat geld kwam voor een deel van de communistische Volksrepubliek China. In 2001 besteedde het eerder genoemde televisie-programma Andere Tijden er al eens aandacht aan. Roelof Bouwman is in zijn artikel echter nog wat specifieker over de financiële steun uit China. Daan Monjé had volgens Bouwman goede contacten met de Chinese communisten. Op uitnodiging van de Chinese ambassade in Den Haag bezocht Monjé in 1965 en 1967 de Volksrepubliek China. Tijdens het tweede bezoek werd Daan Monjé zelfs benoemd tot erelid van de Rode Garde, die tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) honderdduizenden Chinezen de dood injoeg. 

In 1971 bracht Daan Monjé een derde bezoek aan China, samen met zijn kameraden Nico Schrevel en Toos Jamin. De drie werden 'vorstelijk onthaald', zo vertelde Jamin jaren later aan Vrij Nederland. De splinterpartij van de drie Nederlanders was een jaar eerder overigens van Marxistisch-Leninistisch Centrum Nederland (MLCN) omgedoopt in KEN-ml: Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland (marxisties-leninisties). De Chinezen besloten de KEN-ml, waaruit later de SP zou voortkomen, met een gigantisch geldbedrag te steunen. Roelof Bouwman schrijft daarover het volgende: 

Het betrof een gift van om en nabij de 400.000 gulden, zo onthulden Monjés oud-partijgenoten Gerrit Kolthof en Wouter ter Braake in 1999 in NRC Handelsblad. In 2005 werd hun relaas in een doctoraalscriptie geschiedenis van VU-student Wouter Beekers onderschreven door voormalig BVD-functionaris Frits Hoekstra. Het geld - dat werd uitbetaald in dollars - moest enkele weken na het bezoek aan Peking worden opgehaald in de haven van Kopenhagen. Waarna de biljetten, zo vertelde ter Braake in 1999, door Monjé werden bewaard op het partijbureau, 'in het vriesvak van de koelkast'. "Daar heeft de SP nog jaren van geprofiteerd."

Volgens Jan Marijnissen was Daan Monjé echter, zoals hierboven beschreven, "helemaal niet zo belangrijk geweest". Dat is toch wel een heel opmerkelijke bewering. Is het ego van Marijnissen soms zo groot dat hij geen andere grote namen in de officiële SP-geschiedschrijving duldt? Of wil Marijnissen niet herinnerd worden aan de financiële steun door een van de meest moorddadige regimes uit de twintigste eeuw? Opvallend dat nooit een parlementair journalist hem daarover serieus aan de tand heeft gevoeld. 

_____

zaterdag 20 maart 2010

SP verheerlijkte Stalin en Mao

.
Op 2 april 2007 werd op de oude website van Lux et Libertas het onderstaande artikel gepubliceerd. Destijds luidde de titel Het partijblad van de SP blijft 'De Tribune' heten. Bij deze de herpublicatie, onder de nieuwe titel SP verheerlijkte Stalin en Mao.

SP'ers van het eerste uur kunnen opgelucht adem halen. Hun partijblad behoudt de naam De Tribune. Vorig jaar werd er nog over nagedacht om de naam te veranderen, omdat die te veel associaties oproept met de Communistische Partij van Nederland (CPN). De Tribune was voor de Tweede Wereldoorlog namelijk ook de naam van het partijblad van de CPN. Bovendien roept de naam associaties op met ongure communistische regimes. De Socialistische Partij, die sowieso al een fout communistisch verleden heeft, liet vorig jaar in haar partijblad blijken dit soort associaties niet al te prettig te vinden.

In de meest recente HP/De Tijd kan men echter lezen dat Elma Verhey, hoofdredacteur van het SP-partijblad, vindt dat het blad De Tribune mag blijven heten. HP/De Tijd baseert zich daarbij op een artikel in De Tribune van maart dit jaar. Volgens Verhey zou het socialistische maandblad nagenoeg vrij van communistische smetten zijn geweest: "(...) er is in déze serie Tribunes geen goed woord over bijvoorbeeld Stalin gevallen."

De bewering van Elma Verhey is echter niet waar. Tot 1977 werden de lezers van De Tribune maandelijks getrakteerd op redactionele aansporingen om Stalin-klassiekers als Over het dialectisch en historisch materialisme en Over de partij bij de SP te bestellen. Tot en met 1974 was het hoofd van Stalin (samen met de hoofden van Marx, Engels, Lenin en Mao) verwerkt in het logo van het blad. Dat meldde HP/De Tijd vorig jaar al, toen men onder de titel Control & delete aandacht besteedde aan de geschiedenis van De Tribune. Men moet daarbij beseffen dat de misdaden van Stalin in de jaren zeventig al decennia lang bekend waren.

In hetzelfde artikel in HP/De Tijd (21 juli 2006) werd ook gemeld dat in 1976, toen Mao overleed, de partijleiding van de SP een rouwtelegram naar de Chinese ambassade stuurde. Dat telegram werd in De Tribune gepubliceerd. Mao, net als Stalin een communistische massamoordenaar, werd door de SP destijds bewonderd. Toen de Socialistische Partij in 1972 werd opgericht (toen werd de naam overigens nog fonetisch geschreven als Socialistiese Partij) was haar ideologie immers vooral door het maoïsme beïnvloed. Daaraan zou jaren niets veranderen.

Een andere misdadig standpunt van de SP in de jaren zeventig heeft betrekking tot haar houding jegens Sovjet-dissidenten. Nog in 1977 werden Andrej Sacharov en Aleksandr Solzjenitsyn door De Tribune omschreven als "fascistoïde personen".

_____