Posts tonen met het label Daan Monje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Daan Monje. Alle posts tonen

zondag 10 oktober 2010

De Grote Terreur onder Jozef Stalin


Op 6 juli 2007 werd op de oude website van Lux et Libertas het onderstaande artikel gepubliceerd. Bij deze de herpublicatie.

In Trouw staat vandaag een
artikel van Jelle Brandt Corstius over de Grote Terreur onder Jozef Stalin. Deze terreurcampagne begon officieus in 1934, toen de Leningradse partijfunctionaris Sergej Kirov werd vermoord. Stalin greep die gebeurtenis aan voor een grootschalige slachting onder de bevolking van de Sovjet-Unie. Aanvankelijk waren de slachtoffers vooral politieke figuren, zoals Grigori Zinovjev en Lev Kamenev. Dat veranderde toen Stalin in 1936 Genrich Jagoda — de directeur van NKVD (de voorloper van de binnenlandse veiligheidsdienst KGB) — verving door Nikolai Jezjov:

Onder Jezjov verbreedde de groep verdachten zich in feite tot de hele bevolking van de Sovjet-Unie. Elke Sovjetrepubliek kreeg een quotum opgelegd van te berechten mensen; nu was niemand veilig meer. Trojka’s – drietallen van NKVD-officieren – werden alle hoeken van het land ingestuurd om te ’berechten’ en te executeren, kinderen kregen een beloning als zij hun ouders verklikten.

Trotskisme, spionage voor kapitalistische landen, sabotage: de lijst van verzonnen beschuldigingen werd almaar langer en absurder. Esperantolezers, sporters die deelnamen aan internationale competities en postzegelverzamelaars werden als verraders bestempeld. Eén man werd gearresteerd omdat hij de broer was van de vrouw die dagelijks de melk kwam brengen bij de Duitse consul, een andere man omdat hij had gezegd dat het Fins meer naamvallen had dan het Russisch.

In zijn artikel beschrijft Brandt Corstius overigens wat met de nu 66-jarige Jevgeni Sirotinin en zijn familie gebeurde. Zijn grootvader werd geëxecuteerd, zijn vader stierf van de honger in een kamp in Kazachstan en Jevgeni zelf werd samen met zijn moeder naar Kazachstan gedeporteerd. Daar woonden moeder en zoon twaalf jaar in een barak met een aantal andere gedeporteerde families. Uiteindelijk wisten zij in 1953, kort na de dood van Stalin, naar Moskou terug te keren. Het familiegeschiedenis van Sirotinin is typerend voor de terreur onder Stalin:

’Eén dode is een tragedie. Een miljoen doden is een statistisch gegeven’, zei Stalin ooit. In het monumentale werk The Great Terror komt historicus Robert Conquest tot een totaal van 17 à 18 miljoen doden. Tel daar de slachtoffers van de collectivisatie, de hongersnood, en de terreur onder Beria bij op, dan komt het totaal aantal doden op 40 miljoen.

En terwijl in elk gehucht wel een monument staat voor de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog - in het Russisch de Grote Vaderlandse Oorlog genoemd - moeten de slachtoffers van de politieke repressie onder het communistische regime het doen met een enkele zwerfkei, op het plein voor het hoofdkantoor van de vroegere KGB.

De misdaden die onder het regime van Stalin plaatsvonden waren in 1953 — toen Stalin overleed — al jarenlang in het Westen bekend, al wilden veel Westerse communisten deze misdaden niet geloven.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw was er in het Westen zo veel betrouwbare informatie over de misdaden die onder Stalin hadden plaatsgevonden, dat zelfs veel communisten niet graag aan Stalin herinnerd wilden worden. Dat gold echter niet voor
Daan Monjé en consorten. Monjé richtte samen met onder meer Koos van Zomeren in 1971 de Kommunistische Partij Nederland/Marxisties Leninisties op (de fonetische spelling — bijvoorbeeld "socialisties" in plaats van "socialistisch" — was toen populair in linkse kringen). Een jaar later werd de naam van de partij veranderd in Socialistiese Partij (tegenwoordig Socialistische Partij), omdat die naam wat gematigder over kwam. De ideologie bleef echter onveranderd communistisch, met als grote voorbeeld de Chinese massamoordenaar Mao Tse-tung (die onder apparatsjiks van de Socialistische Partij overigens nog steeds populair is, zo bleek recent). De bewondering voor Mao betekende echter niet dat Stalin door de lieden van de SP niet werd vereerd. Tot 1977 werden de lezers van het partijblad De Tribune maandelijks getrakteerd op redactionele aansporingen om Stalin-klassiekers als Over het dialectisch en historisch materialisme en Over de partij bij de SP te bestellen. Tot en met 1974 was zelfs het hoofd van Stalin (samen met de hoofden van Marx, Engels, Lenin en Mao) verwerkt in het logo van het blad.

Een van de vaste lezers van De Tribune destijds was Jan Marijnissen, die begin jaren zeventig lid van de SP was geworden. Hij zou er goed aan doen het eerder genoemde boek The Great Terror van de historicus Conquest te lezen en zijn politieke standpunten in de jaren zeventig van de vorige eeuw te overdenken.


_____

dinsdag 11 mei 2010

Daan Monjé & Jan Marijnissen

Geschiedvervalsing was altijd al een geliefde bezigheid van socialisten en communisten. Zo liet Jozef Stalin tal van foto's bewerken zodat daarop ineens bepaalde personen verdwenen. Het hoeft dan ook niemand te verbazen dat de voormalige Stalin-vereerders van de Socialistische Partij niet vies zijn van geschiedvervalsing. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een recent artikel in HP/De Tijd over de "Socialistiese Partij" (fonetische spelling, vroeger populair bij de SP). De partij wil namelijk niets meer weten van haar voormalig boegbeeld Daan Monjé. Een passage uit het betreffende artikel van Roelof Bouwman (30 april 2010): 

(...) toen Andere Tijden in 2001, vijftien jaar na zijn overlijden, een uitzending over Monjé maakte, weigerde Jan Marijnissen zijn medewerking. Monjé, zo liet hij de redactie van het programma per e-mail weten, was 'helemaal niet zo belangrijk geweest' voor de SP. Ook in het ruim 1700 woorden tellende artikel dat op de SP-internetsite aan de geschiedenis van de partij wordt gewijd, komt Monjé geen enkele keer voor. Vreemd. Want de Rotterdamse ex-CPN'er Monjé stond in 1964 aan de wieg van de eerste voorloper van de SP, het Marxistisch-Leninistisch Centrum, en tot zijn dood in 1968 leidde hij 'zijn' Socialistiese Partij met straffe hand, als betrof het een eenmanszaak. Niet voor niets werd de SP wel getypeerd als de club van 'Daan en zijn onderdanen'. Maar belangrijker nog: aan Monjé en alléén aan Monjé is het te danken dat de SP zich begin jaren zeventig op een cruciaal punt ging onderscheiden van alle andere splintergroepen ter linkerzijde van de CPN. De SP werd dankzij Monjé namelijk een partij met geld - véél geld. 

Dat geld kwam voor een deel van de communistische Volksrepubliek China. In 2001 besteedde het eerder genoemde televisie-programma Andere Tijden er al eens aandacht aan. Roelof Bouwman is in zijn artikel echter nog wat specifieker over de financiële steun uit China. Daan Monjé had volgens Bouwman goede contacten met de Chinese communisten. Op uitnodiging van de Chinese ambassade in Den Haag bezocht Monjé in 1965 en 1967 de Volksrepubliek China. Tijdens het tweede bezoek werd Daan Monjé zelfs benoemd tot erelid van de Rode Garde, die tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) honderdduizenden Chinezen de dood injoeg. 

In 1971 bracht Daan Monjé een derde bezoek aan China, samen met zijn kameraden Nico Schrevel en Toos Jamin. De drie werden 'vorstelijk onthaald', zo vertelde Jamin jaren later aan Vrij Nederland. De splinterpartij van de drie Nederlanders was een jaar eerder overigens van Marxistisch-Leninistisch Centrum Nederland (MLCN) omgedoopt in KEN-ml: Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland (marxisties-leninisties). De Chinezen besloten de KEN-ml, waaruit later de SP zou voortkomen, met een gigantisch geldbedrag te steunen. Roelof Bouwman schrijft daarover het volgende: 

Het betrof een gift van om en nabij de 400.000 gulden, zo onthulden Monjés oud-partijgenoten Gerrit Kolthof en Wouter ter Braake in 1999 in NRC Handelsblad. In 2005 werd hun relaas in een doctoraalscriptie geschiedenis van VU-student Wouter Beekers onderschreven door voormalig BVD-functionaris Frits Hoekstra. Het geld - dat werd uitbetaald in dollars - moest enkele weken na het bezoek aan Peking worden opgehaald in de haven van Kopenhagen. Waarna de biljetten, zo vertelde ter Braake in 1999, door Monjé werden bewaard op het partijbureau, 'in het vriesvak van de koelkast'. "Daar heeft de SP nog jaren van geprofiteerd."

Volgens Jan Marijnissen was Daan Monjé echter, zoals hierboven beschreven, "helemaal niet zo belangrijk geweest". Dat is toch wel een heel opmerkelijke bewering. Is het ego van Marijnissen soms zo groot dat hij geen andere grote namen in de officiële SP-geschiedschrijving duldt? Of wil Marijnissen niet herinnerd worden aan de financiële steun door een van de meest moorddadige regimes uit de twintigste eeuw? Opvallend dat nooit een parlementair journalist hem daarover serieus aan de tand heeft gevoeld. 

_____

dinsdag 29 december 2009

Scholing kader hoogste prioriteit SP

.
Op 16 maart 2007 werd op de oude website van Lux et Libertas het onderstaande artikel gepubliceerd. Bij deze de herpublicatie.

Men kan het zien als een onbeduidend artikel in een relatief onbeduidende krant, maar het artikel SP geeft scholing kader hoogste prioriteit is wel degelijk belangrijk. Door de vele verkiezingsoverwinningen van de laatste jaren kan de Socialistische Partij (SP) namelijk niet langer alleen uit de kliek rondom Jan Marijnissen putten bij het zoeken naar Kamerleden, Statenleden, Raadsleden en bestuurders. Het gevolg is dat er nu vertegenwoordigers en bestuurders zijn die de SP-ideologie niet van A tot Z kennen. Sinds het najaar van 2004 heeft de SP daarom een officieel scholingsteam. SP-apparatsjik Hans van Heijningen is leider van dat scholingsteam. Hij was voorheen coördinator van het XminY Solidariteitsfonds, dat "buitenparlementaire acties" financiert. Toen Van Heijningen nog coördinator was financierde XminY onder meer de "Biologische Bakkers Brigade", een groep krakers die op 13 maart 2002 drie "taarten" in het gezicht van Pim Fortuyn gooiden toen hij zijn boek De puinhopen van acht jaar paars presenteerde. In die "taarten" zouden uitwerpselen en braaksel hebben gezeten, al werd dit door de daders ontkent toen na de moord op Fortuyn ook het politiek-maatschappelijke establishment haar afkeuring over de actie uitte. Fortuyn zelf heeft na de "taartactie" in ieder geval het volgende gezegd:


Ik was tijdelijk verblind door de bestanddelen van de taart die in mijn ogen kwamen. Ik voelde zelfs een hevig brandend gevoel.

Het XminY Solidariteitsfonds financierde overigens ook de Vereniging Milieu Offensief (VMO) van Sjoerd van der Wouw en Fortuyn-moordenaar Volkert van der Graaf. Tevens kregen én krijgen de Internationale Socialisten geld voor hun acties tegen vrijhandel, de Verenigde Staten en Israël. Hans van Heijningen past met zo een achtergrond goed bij de SP. Hij mag dus zelfs "scholing" geven aan het kader van de SP. In de functie van docent SP-ideologie kan hij citeren uit Het rode boekje van Mao en het Handvest van Hamas. Hij hoeft zijn leerlingen overigens geen schietlessen te geven. "Niet nodig, want wanneer de revolutie daar is, leer je het in een half uur," aldus SP-oprichter Daan Monjé in de SP-brochure Op naar het socialisme! van 1974.


_____