Posts tonen met het label Roelof Bouwman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Roelof Bouwman. Alle posts tonen

woensdag 29 juni 2011

Paul Rosenmöller steunde Pol Pot onvoorwaardelijk

.
Het onderstaande artikel werd oorspronkelijk op 24 augustus 2007 gepubliceerd op de oude website van Lux et Libertas. Bij deze de herpublicatie.

Onder de titel Collecteren voor Pol Pot publiceerde HP/De Tijd vorige week een artikel van Roelof Bouwman. In Cambodja is recent namelijk het genocidetribunaal tegen de Rode Khmer begonnen. Het moorddadige communistische regime kon destijds ook in Nederland op steun rekenen. De Groep Marxisten-Leninisten (GML) zamelde zelfs geld in voor Pol Pot en consorten.

Enkele jaren geleden schreef Roelof Bouwman al een artikel over het GML-verleden van Paul Rosenmöller (Van bloedrood tot groenlinks, HP/De Tijd, 9 januari 2004). Rosenmöller was van 1976 tot 1982 lid van de GML. Deze partij wilde Nederland gewapenderhand modelleren naar het voorbeeld van stalinistisch Rusland, maoïstisch China en het Cambodja van Pol Pot. Dat waren totalitaire regimes die in totaal ongeveer honderd miljoen mensen de dood injoegen. Sympathie voor Stalin en Mao was ook wel bij andere Nederlandse partijen te vinden (zo dweepte de SP in de jaren zeventig met beide massamoordenaars), maar de GML was nog wat radicaler. Deze splinterpartij was — zoals reeds duidelijk is gemaakt — zeer enthousiast over Pol Pot en consorten. Ook het regime van de Albanese partijleider Enver Hoxha werd bewonderd. Dat regime was zo extreem gewelddadig dat zelfs de Sovjet-Unie de "bloedige wreedheden" van Hoxha veroordeelde.

Pol Pot en zijn kameraden deden overigens niet onder voor het regime van Enver Hoxha. In de periode 1975-1979 werden naar schatting 1,7 miljoen mensen vermoord, niet zelden met gebruikmaking van martelmethoden die zelfs door de Gestapo en de SS onbeproefd waren gebleven. Sommige mensen zullen die 1,7 miljoen doden in vergelijking met de tientallen miljoenen doden door Stalin, Mao en Hitler wellicht weinig vinden, maar in verhouding tot de totale bevolking was het regime van Pol Pot verreweg het dodelijkst. De genocide-deskundige Rudolph Rummel berekende (bron: Death by Government) dat de Rode Khmer jaarlijks ruim 8 procent van de Cambodjaanse bevolking afslachtte. Daarmee is het regime van Pol Pot recordhouder wat betreft genocide (Rummel gebruikt overigens zijn iets ruimere "democide"-definitie).

Dat juist Pol Pot op de sympathie van Paul Rosenmöller en consorten kon rekenen is veelzeggend. Roelof Bouwman schrijft in het eerder genoemde artikel Collecteren voor Pol Pot het volgende daarover:
Het socialisme, zo meende men bij de GML, kon alleen 'ingesteld' worden door middel van een 'gewapende revolutie' cq. 'revolutionair massageweld'. "Wat wij willen, is de hele burgerlijke wereld naar de verdoemenis jagen," liet de GML-leiding in 1978 weten in een 1-mei-boodschap, die op een bijeenkomst in de Amsterdamse Brakke Grond werd voorgelezen door een met een bivakmuts vermomde jongeman. "Het is deze wereld die wij willen en die wij zullen vernietigen in de gewelddadige revolutie."
De Khmer-communisten waren op dat moment druk doende dit idee in Cambodja in de praktijk te brengen, en dus kon het regime rekenen op de onvoorwaardelijke steun van de GML. Sterker nog: Rosenmöller en zijn kornuiten moeten een halve dágtaak hebben gehad aan het promoten van Pol Pot. HIj werd opgehemeld in het GML-maandblad Rode Morgen, in pamfletten, vlugschriften en op manifestaties, en er werd zelfs voor zijn regime gecollecteerd. Dat er in Cambodja door de Khmers op ongekende schaal werd gemoord en gemarteld, werd door de GML domweg niet geloofd. Volgens Rode Morgen betrof het 'gruwelsprookjes', 'laster' en 'aantoonbare leugens'.
Deze onvoorwaardelijke steun voor Pol Pot werd door de Rode Khmer gewaardeerd. In 1979 ontvingen de 'dear friends' van de GML een hartelijke brief van het ministerie van Buitenlandse Zaken van 'Democratisch Kampuchea'. Rosenmöller en zijn kameraden werden in de brief bedankt voor hun 'militant solidarity and support'.

Paul Rosenmöller wordt zelden door journalisten met zijn misdadig verleden geconfronteerd. Op 19 juli 2004 deed Andries Knevel dat echter wel in het Radio 1-programma De ochtenden. Toen Knevel vroeg of Rosenmöller geen spijt had van zijn GML-verleden, antwoordde de voormalige GroenLinks-leider als volgt: "Spijt is niet het begrip dat bij mij bovenkomt."


_____

dinsdag 11 mei 2010

Daan Monjé & Jan Marijnissen

Geschiedvervalsing was altijd al een geliefde bezigheid van socialisten en communisten. Zo liet Jozef Stalin tal van foto's bewerken zodat daarop ineens bepaalde personen verdwenen. Het hoeft dan ook niemand te verbazen dat de voormalige Stalin-vereerders van de Socialistische Partij niet vies zijn van geschiedvervalsing. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een recent artikel in HP/De Tijd over de "Socialistiese Partij" (fonetische spelling, vroeger populair bij de SP). De partij wil namelijk niets meer weten van haar voormalig boegbeeld Daan Monjé. Een passage uit het betreffende artikel van Roelof Bouwman (30 april 2010): 

(...) toen Andere Tijden in 2001, vijftien jaar na zijn overlijden, een uitzending over Monjé maakte, weigerde Jan Marijnissen zijn medewerking. Monjé, zo liet hij de redactie van het programma per e-mail weten, was 'helemaal niet zo belangrijk geweest' voor de SP. Ook in het ruim 1700 woorden tellende artikel dat op de SP-internetsite aan de geschiedenis van de partij wordt gewijd, komt Monjé geen enkele keer voor. Vreemd. Want de Rotterdamse ex-CPN'er Monjé stond in 1964 aan de wieg van de eerste voorloper van de SP, het Marxistisch-Leninistisch Centrum, en tot zijn dood in 1968 leidde hij 'zijn' Socialistiese Partij met straffe hand, als betrof het een eenmanszaak. Niet voor niets werd de SP wel getypeerd als de club van 'Daan en zijn onderdanen'. Maar belangrijker nog: aan Monjé en alléén aan Monjé is het te danken dat de SP zich begin jaren zeventig op een cruciaal punt ging onderscheiden van alle andere splintergroepen ter linkerzijde van de CPN. De SP werd dankzij Monjé namelijk een partij met geld - véél geld. 

Dat geld kwam voor een deel van de communistische Volksrepubliek China. In 2001 besteedde het eerder genoemde televisie-programma Andere Tijden er al eens aandacht aan. Roelof Bouwman is in zijn artikel echter nog wat specifieker over de financiële steun uit China. Daan Monjé had volgens Bouwman goede contacten met de Chinese communisten. Op uitnodiging van de Chinese ambassade in Den Haag bezocht Monjé in 1965 en 1967 de Volksrepubliek China. Tijdens het tweede bezoek werd Daan Monjé zelfs benoemd tot erelid van de Rode Garde, die tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) honderdduizenden Chinezen de dood injoeg. 

In 1971 bracht Daan Monjé een derde bezoek aan China, samen met zijn kameraden Nico Schrevel en Toos Jamin. De drie werden 'vorstelijk onthaald', zo vertelde Jamin jaren later aan Vrij Nederland. De splinterpartij van de drie Nederlanders was een jaar eerder overigens van Marxistisch-Leninistisch Centrum Nederland (MLCN) omgedoopt in KEN-ml: Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland (marxisties-leninisties). De Chinezen besloten de KEN-ml, waaruit later de SP zou voortkomen, met een gigantisch geldbedrag te steunen. Roelof Bouwman schrijft daarover het volgende: 

Het betrof een gift van om en nabij de 400.000 gulden, zo onthulden Monjés oud-partijgenoten Gerrit Kolthof en Wouter ter Braake in 1999 in NRC Handelsblad. In 2005 werd hun relaas in een doctoraalscriptie geschiedenis van VU-student Wouter Beekers onderschreven door voormalig BVD-functionaris Frits Hoekstra. Het geld - dat werd uitbetaald in dollars - moest enkele weken na het bezoek aan Peking worden opgehaald in de haven van Kopenhagen. Waarna de biljetten, zo vertelde ter Braake in 1999, door Monjé werden bewaard op het partijbureau, 'in het vriesvak van de koelkast'. "Daar heeft de SP nog jaren van geprofiteerd."

Volgens Jan Marijnissen was Daan Monjé echter, zoals hierboven beschreven, "helemaal niet zo belangrijk geweest". Dat is toch wel een heel opmerkelijke bewering. Is het ego van Marijnissen soms zo groot dat hij geen andere grote namen in de officiële SP-geschiedschrijving duldt? Of wil Marijnissen niet herinnerd worden aan de financiële steun door een van de meest moorddadige regimes uit de twintigste eeuw? Opvallend dat nooit een parlementair journalist hem daarover serieus aan de tand heeft gevoeld. 

_____