Posts tonen met het label milieulobby. Alle posts tonen
Posts tonen met het label milieulobby. Alle posts tonen

maandag 6 september 2010

Persoonlijke belangen CDA-prominenten bij mislukken onderhandelingen over rechts kabinet


De afgelopen weken ging er bijna geen dag voorbij zonder dat een of andere CDA-prominent zich in de media uitsprak tegen een minderheidscoalitie van VVD en CDA, met gedoogsteun van de PVV. Deze CDA'ers stelden dat zij
"principiële bezwaren" hadden tegen samenwerking met de PVV van Geert Wilders. In Elsevier stond afgelopen week een interessant artikel van Syp Wynia over de CDA-prominenten die zich zo in de media roerden (overigens geschreven voordat de onderhandelingen over een rechts kabinet mislukten door muitende CDA'ers onder leiding van Ab Klink). Uit het betreffende artikel blijkt dat CDA-prominenten als Ruud Lubbers, Dries van Agt, Herman Wijffels en Cees Veerman er persoonlijk (financieel) belang bij hebben dat er geen rechts minderheidskabinet komt. Een passage uit het artikel van Wynia:

De combinatie van Geert Wilders, Mark Rutte en Maxime Verhagen werd door (...) gevestigde belangen met argusogen gevolgd. De onderhandelaars delen, zij het in verschillende mate, een zekere affiniteit met Israël, die niet wordt gepikt door Dries van Agt, die een clubje heeft opgericht waarin niet minder dan zes prominente CDA-tegenstanders van de onderhandelingen met PVV en VVD zitten: Stichting The Rights Forum. Van Agt en de zijnen wensen, al dan niet in het kielzog van hun affiniteit met de Palestijnen, ook geen kwaad woord over de islam te horen.

Wilders en Rutte willen (zeer) fors korten op de ontwikkelingshulp, terwijl veel CDA-prominenten zich juist, onder meer in diverse bestuursfuncties, hebben verbonden met de gesubsidieerde hulpindustrie. Velen van hen zijn 'Worldconnector' van de Nationale Commissie voor internationale samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO), die de ontwikkelingshulpuitgaven juist wil opvijzelen. In die kringen wordt ook Maxime Verhagen niet helemaal vertrouwd. Die dreigt subsidie te stoppen voor organisaties die anti-Israëlpropaganda maken en is bezig de topsalarissen bij de hulpclubs door te lichten.

De CDA-prominenten Frans Andriessen, Hans van den Broek, Pieter Kooijmans, Tineke Lodders, Doekle Terpstra en Bert de Vries zitten in de "Raad van Advies" van de eerder genoemde anti-Israël-organisatie van Dries van Agt. Samen met Van Agt zochten zij veelvuldig de publiciteit met hun afkeer van de PVV.

Tot de
"Worldconnectors" van de Nationale Commissie voor internationale samenwerking en Duurzame Ontwikkeling horen de CDA-prominenten Herman Wijffels, Ruud Lubbers, Jos van Gennip en Doekle Terpstra (allemaal tegenstanders van samenwerking met de PVV). Andere "Worldconnectors" zijn overigens de islamist Tariq Ramadan en Miriyam Aouragh. Laatstgenoemde maakt deel uit van de Internationale Socialisten, een extreem-linkse organisatie met veel sympathie voor de islamitische terreurorganisaties Hamas en Hezbollah.

Uit het artikel van Syp Wynia blijkt bovendien dat nogal wat CDA-prominenten deel uitmaken van de zwaar gesubsidieerde milieulobby-sector. Cees Veerman is bijvoorbeeld voorzitter van
Natuurmonumenten en hoogleraar "duurzame plattelandsontwikkeling in Europees perspectief" aan de Universiteit van Tilburg. Tevens was hij voorzitter van de Deltacommissie, die adviseerde tientallen miljarden uit te geven aan dijkverhogingen. Dit advies was gebaseerd op een excessieve stijging van de zeewaterspiegel ten gevolge van klimaatverandering. Het advies van de "commissie-Veerman" werd uitgebracht in 2008, een jaar nadat de de klimaat-apocalyptische film An Inconvenient Truth goedgelovige mensen de stuipen op het lijf joeg. De CDA-prominenten met belangen in de milieulobby-sector weten dat een rechts kabinet zou bezuinigen op allerlei "groene" subsidies. Zowel de PVV als de VVD zien bijvoorbeeld niets in het subsidiëren van inefficiënte windernergie. Zo zei VVD-leider Mark Rutte eerder dit jaar tijdens een verkiezingsdebat dat "die gekke windmolens alleen op subsidie draaien".

Opvallend is overigens dat de persoonlijke (financiële) belangen van CDA-prominenten nauwelijks door journalisten worden belicht. Het artikel van Syp Wynia in Elsevier en een eerder
artikel van Martijn Koolhoven in De Telegraaf vormen daarop een uitzondering. De linkse sigantuur van een groot deel van de journalisten zal daarbij waarschijnlijk een grote rol spelen. Veel journalisten delen hun afkeer van een rechts kabinet met de eerder genoemde CDA-prominenten. "Ongewenste wetenswaardigheden" over de persoonlijke (financiële) belangen van die CDA'ers verzwijgen veel journalisten daarom liever.


Zie ook:

Van Agt: Niet praten met PVV, wel met Hamas

Belangenverstrengeling bij linkse CDA-kopstukken


_____

maandag 2 augustus 2010

Toen 'zure regen' nog voor paniek zorgde


Op 18 mei 2007 werd op de oude website van Lux et Libertas het onderstaande artikel gepubliceerd. Bij deze de herpublicatie.

In Natuurwetenschap & Techniek staat deze maand een interessant artikel van Marcel Crok, Arnout Jaspers en Erick Vermeulen over doemscenario's met betrekking tot het milieu. Het betreffende artikel bespreekt vooral drie grote milieu-angsten uit het verleden: "bodemverontreiniging, het gat in de ozonlaag en zure regen". De auteurs schrijven onder meer:

De feiten zijn, dat in Nederland en België nooit iemand is overleden of ernstig ziek geworden door bodemverontreiniging (behalve mogelijk enkele asbest-slachtoffers in Goor). De industriële uitstoot van SO2, de voornaamste bron van zure regen, was al over z'n hoogtepunt heen toen de paniek over das grosse Waldsterben uitbrak. Of onverminderde SO2-uitstoot wel een massale kaalslag had veroorzaakt is hoogst twijfelachtig. Het gat in de ozonlaag heeft nooit bestaan; je zou kunnen spreken van deuken boven de Noord- en Zuidpool, maar omdat de zon boven de tropen veel hoger staat, lopen flora en fauna daar sowieso een veelvoud aan UV-straling op vergeleken met de polen. Duidelijke effecten van de toegenomen hoeveelheid UV op gewassen of diersoorten zijn nergens waargenomen.

De milieu-Angst van toen in het juiste perspectief plaatsen, is geen pleidooi om niets te doen. Integendeel, het uitbannen van de ozon-vretende cfk's is ook met wijsheid achteraf een hoopgevend voorbeeld van hoe wereldwijde actie effectief kan zijn. Maar is het in een democratie werkelijk nodig de burger telkens de doodschrik op het lijf te jagen om tot effectief beleid te komen?

Al Gore zou die vraag waarschijnlijk bevestigend beantwoorden. Hetzelfde geldt voor de Nederlandse milieu-lobby, bestaande uit organisaties als Greenpeace Nederland, Natuur en Milieu en Milieudefensie. Wat milieu-angst is immers niet alleen goed voor allerlei (al dan niet overbodige) maatregelen, maar ook goed voor de bankrekeningen van die organisaties. En dat is wederom goed voor de werkgelegenheid bij de milieulobby.

Een typisch voorbeeld van milieu-angst was zure regen. Crok, Jaspers en Vermeulen schrijven daarover onder meer:

Als iets heilig is in Duitsland, naast voetbal, dan is het wel het woud. Daar hangt de geur van Germaanse mythen omheen. Dus toen enkele Duitse wetenschappers zich begin jaren tachtig ongerust begonnen te maken over bossterfte, pakten de media in Duitsland het onderwerp snel op. Ecoloog Bernhard Ulrich meende de oorzaak gevonden te hebben: zure regen. Weekblad Der Spiegel gaf eind 1981 de aftrap met een drieluik getiteld Säureregen: Da liegt etwas in der Luft. Ulrich voorspelde daarin dat de eerste bossen binnen vijf jaar zouden uitsterven. Das grosse Waldsterben was begonnen, een term die door de onderzoekers zelf was bedacht (ze gebruikten Sterben als vakterm voor boomziekte). In 1983 deed Der Spiegel er nog een schepje bovenop met de kop "Wir stehen vor einem ökologischen Hiroschima". De politieke partij CDU/CSU verklaart in het stuk de strijd tegen zure regen als 'de grootste opgave voor de mensheid'.

Een heuse milieu-Angst was geboren, die snel overwoei naar andere Europese landen en naar de Verenigde Staten, waar maar liefst 500 miljoen dollar werd gestopt in een onderzoeksprogramma naar de kwaliteit van de bossen. Ook in Duitsland werd naar schatting 550 miljoen mark in bosonderzoek gestoken. Het mooie aan de voorspelling van Ulrich was dat hij een periode van vijf tot tien jaar noemde. Eind jaren tachtig konden we daarom met z'n allen de balans opmaken en concluderen dat de angst ongegrond was.

In 1988 ontzenuwde het wetenschappelijk tijdschrift Nature de paniek al, maar dat artikel kreeg veel minder aandacht dan alle eerdere waarschuwingen. Volgens Jaap Hanekamp van HAN Research was een van de problemen bij het bossterfte-onderzoek dat niemand wist hoe een gezonde bospopulatie er precies uit ziet. "Mensen zeggen vaak: de boomkruinen zien er slechter uit en er sterven meer takken. Maar als je kijkt naar foto's en ansichtkaarten van vroeger, dan zie je dat het beeld volstrekt normaal is. Ieder gezond bos bevat oude en stervende bomen."

_____